FAQ's voor gebruikers van Veilig leren lezen en Veilig stap voor stap
Veilig leren lezen - organisatie
Hoe kan ik de 12 kernen over het schooljaar verdelen?
Uitgangspunt is dat alle 12 kernen in groep 3 behandeld worden. Wat de jaarplanning betreft, worden aan de eerste kern 4 onderwijsweken besteed en aan alle overige elk 3 weken. Het totale onderwijsprogramma van de nieuwe versie van Veilig leren lezen beslaat dus 37 schoolweken, terwijl een schooljaar gemiddeld 40 effectieve schoolweken telt. Men heeft dus een uitloop van gemiddeld drie weken. Op de pagina Jaarplanning vindt u een planning voor uw eigen regio. U kunt deze ook aanvragen bij onze klantenservice. Bij de eerste zes kernen zijn per woord gemiddeld 2 onderwijsdagen gepland. Scholen verschillen echter onderling. Uitgaande van bovenstaande algemene richtlijn, zult u zelf moeten bepalen hoeveel tijd nodig is om deze planning te kunnen realiseren. Voor een deel hangt dit af van de leerlingen, de grootte van de groep, uw ervaring en personele faciliteiten. Hebt u veel kinderen uit achterstandssituaties in uw groep, dan geeft u waarschijnlijk een hoge prioriteit aan het lees-/taalonderwijs, omdat dit voor de verdere ontwikkeling van de leerlingen cruciaal is. Naast het aantal uren speelt de intensiteit of effectiviteit waarmee de tijd gebruikt wordt een aanzienlijke rol. Het is daarom niet mogelijk een exact aantal uren voor lees/taalonderwijs aan te geven, dat voor uw school geldt. In veel gevallen wordt de tijd voor taal en lezen in groep 3 geschat op ongeveer 7 uur per week. Het technisch schrijfonderwijs is nauw verbonden met het leren lezen, wat ook weer van invloed is op de tijdsplanning.
Hoe organiseer ik het vervolgwerk met differentiatiematerialen in de klas?
De mate waarin een school differentieert en de wijze waarop dat gebeurt, is afhankelijk van een aantal factoren, zoals:
- de mogelijkheden en voorkeuren van het schoolteam
- de mogelijkheden en de voorkeuren van de groepsleerkrachten (denk aan duobanen)
- de omvang en inrichting van het klaslokaal en het gebouw
- de materiële mogelijkheden en beperkingen (leermiddelen, bijvoorbeeld het aantal computers)
- en de mogelijkheden en beperkingen van de methode. Als een methode niet voorziet in materialen waarmee de leerlingen zelfstandig en doelgericht kunnen werken, is differentiatie maar in beperkte mate mogelijk.
Bij de huidige versie van Veilig leren lezen zijn al zeer vele materialen beschikbaar waarmee kinderen zelfstandig kunnen werken, waaronder de speelleesset en de computerprogramma's. De nieuwe Veilig leren lezen biedt drie varianten van differentiatie aan, waarbij de nadruk ligt op convergente vormen. De voorkeur gaat uit naar die vorm, waarbij ruimte wordt geschapen voor verlengde instructie en oefening van de risicokinderen en waarbij ook de snelle kinderen door middel van extra materialen worden uitgedaagd. Om dit mogelijk te maken zijn de werkboekjes zo samengesteld, dat kinderen al spoedig 15 tot 20 minuten zelfstandig kunnen werken. Bovendien zijn naast de reeds bestaande materialen nieuwe materialen ontwikkeld, waarmee kinderen zelfstandig kunnen werken. De nieuwe computerprogramma's sluiten nog beter aan bij de diverse kernen dan in het verleden. Kiest een school echter voor een minimale vorm van differentiatie, dan zijn niet alle differentiatiematerialen noodzakelijk. De methode benadrukt het belang van een zorgvuldige groepsinstructie. Dit is immers een belangrijke voorwaarde voor het zelfstandig werken. Daarnaast worden flexibele groepjes gevormd voor extra instructie en begeleiding. Dit is in overeenstemming met wat onderzoeksresultaten over de effectiviteit van groeperingvormen leren.
Kan een leerling die zich in de loop van het jaar toch niet optimaal blijkt te ontwikkelen in de zongroep worden teruggeplaatst in de maangroep?
Ja, dat kan. Deze kinderen kunnen dan eventueel met raketmaterialen wel extra worden uitgedaagd.
Is het mogelijk om een leerling van de maangroep die in de loop van het jaar versneld door het leesonderwijs gaat bijvoorbeeld vanaf januari nog in de zongroep te plaatsen?
We adviseren om kinderen na kern 2 niet meer in de zongroep in te delen. De zonmaterialen hebben namelijk een eigen opbouw door de kernen heen; halverwege instappen is niet wenselijk. De kinderen die zich snel ontwikkelen, zijn het meest gebaat bij het gebruik van de raketmaterialen, die een grotere uitdaging bieden, maar er tevens voor zorgen dat er geen gaten in de leesontwikkeling vallen.
Veilig leren lezen - differentiatie
Welke normen kun je hanteren om kinderen die de zonaanpak gevolgd hebben terug te zetten in de maanpak?
Het terugstromen van een kind dat de zonaanpak gevolgd heeft na de maanpak komt het meeste voor bij kinderen die zijn blijven zitten. Een aantal van die 'betere zittenblijvers' kunnen aanvankelijk gebruik maken van zonmaterialen, maar het tempo waarin de moeilijkheidsgraad van de zonmaterialen stijgt, kunnen ze meestal niet bijhouden. Deze kinderen moeten dan bijtijds terugstromen naar het maanniveau. Wel zijn zij dan vaak in staat nog een tijd gebruik te maken van de raketmaterialen. Maar na verloop van tijd krijgen zij daar meestal ook moeite mee. Er zijn echter uitzonderingen. De vraag is echter waar een leerkracht op moet letten. Het eerste criterium is de observatie van de leerkracht. Als een leerkracht ziet dat een kind met de zonmaterialen onvoldoende zelfstandig kan werken en niet gemotiveerd bezig kan zijn, dan is aansluiting bij de maangroep aan te bevelen. Op de tweede plaats komen pas de toetsgegevens. Omdat de zonboekjes gekoppeld zijn aan de AVI-niveaus is het zinnig de Avi-toetskaarten te gebruiken om na te gaan of de leerling de aangegeven niveaus behaalt. In het algemeen is het aan te bevelen om bij zonkinderen bij de signaleringen ook de DMT af te nemen. Bij de wintersignalering is het aan te raden naast kaart 1 van de DMT ook kaart 2 af te nemen en bij de lentesignalering alle drie de kaarten. Als de scores op de DMT in de loop van de maanden niet stijgen is dat een signaal dat het tempo waarin de moeilijkheidsgraad van de zonboekjes stijgt voor de betreffende leerlingen te snel is. Als de leerkracht goed observeert, zal dit in de meeste gevallen al eerder worden opgemerkt.
Hoe organiseer ik het vervolgwerk met differentiatiematerialen in de klas?
De mate waarin u differentieert en de wijze waarop dat gebeurt, is afhankelijk van een aantal factoren, zoals: - de mogelijkheden en voorkeuren van het schoolteam; - de mogelijkheden en de voorkeuren van de groepsleerkrachten (denk aan duobanen); - de omvang en inrichting van het klaslokaal en het gebouw; - de materiële mogelijkheden en beperkingen (leermiddelen, bijvoorbeeld het aantal computers) ; - en de mogelijkheden en beperkingen van de methode. Als een methode niet voorziet in materialen waarmee de leerlingen zelfstandig en doelgericht kunnen werken, is differentiatie maar in beperkte mate mogelijk. Bij de huidige versie van Veilig leren lezen zijn al zeer vele materialen beschikbaar waarmee kinderen zelfstandig kunnen werken, waaronder de speelleesset en de computerprogramma's. De nieuwe Veilig leren lezen biedt drie varianten van differentiatie aan, waarbij de nadruk ligt op convergente vormen. De voorkeur gaat uit naar die vorm, waarbij ruimte wordt geschapen voor verlengde instructie en oefening van de risicokinderen en waarbij ook de snelle kinderen door middel van extra materialen worden uitgedaagd. Om dit mogelijk te maken zijn de werkboekjes zo samengesteld, dat kinderen al spoedig 15 tot 20 minuten zelfstandig kunnen werken. Bovendien zijn naast de reeds bestaande materialen nieuwe materialen ontwikkeld, waarmee kinderen zelfstandig kunnen werken. De nieuwe computerprogramma's sluiten nog beter aan bij de diverse kernen dan in het verleden. Kiest een school echter voor een minimale vorm van differentiatie, dan zijn niet alle differentiatiematerialen noodzakelijk. De methode benadrukt het belang van een zorgvuldige groepsinstructie. Dit is immers een belangrijke voorwaarde voor het zelfstandig werken. Daarnaast worden flexibele groepjes gevormd voor extra instructie en begeleiding. Dit is in overeenstemming met wat onderzoeksresultaten over de effectiviteit van groeperingvormen leren.
Waarvoor staan de termen maan, zon, ster en raket?
Deze termen hebben te maken met het differentiatiemodel van Veilig leren lezen. Maan staat voor de kinderen die bij de start van groep 3 nog niet kunnen lezen. Kinderen in deze groep volgen de methode. Met Zon bedoelen we een aanpak die geschikt is voor kinderen die al kunnen lezen bij de start van groep 3. Zij werken zelfstandig op hun eigen niveau met zon-leesboekjes en zon-werkboekjes, die aansluiten bij het thema van de kern. Ster staat voor een aanpak die u kunt kiezen voor kinderen binnen de maangroep die moeite blijken te hebben met lezen. Deze kinderen krijgen verlengde instructie of preteaching en begeleide inoefening. Eventueel maken zij herhalingsopdrachten of (een deel van de) verdiepingsopdrachten. Verder volgen zij de methode, net als de maangroep. Raket-activiteiten zijn bedoeld voor kinderen binnen de maangroep die zich snel ontwikkelen. Zij krijgen na de verwerking iets uitdagendere vervolgopdrachten, waarbij ze letters kunnen gebruiken die nog niet expliciet zijn aangeboden. Ook zij maken deel uit van de maangroep. Hun snelle ontwikkeling is geen doel op zich.
Kun je op basis van toetsgegevens aangeven of een leerling een ster-aanpak nodig heeft?
Alleen op basis van toetsgegevens is dat niet mogelijk. In Veilig leren lezen wordt veel aandacht besteed aan de verlengde instructie; dit om te voorkomen dat risico-kinderen uitvallers worden. Uitvallers zijn die leerlingen die niet meer voldoende kunnen profiteren van de instructie aan de gehele maangroep en de oefeningen die daarop volgen. Een leerkracht stemt zijn groepsinstructie af op het niveau van zijn groep. Dat niveau kan uiteenlopen omdat de grootte van de groep en de samenstelling daarvan varieert. Ook de effectieve leertijd die wordt geïnvesteerd kan uiteenlopen. Daardoor kan het voorkomen dat een bepaald kind in de ene groep wel een ster-aanpak nodig heeft, maar dat ditzelfde kind in een andere groep (van lager gemiddeld niveau) zonder problemen de instructie van de grote groep kan volgen. De beslissing of een bepaald kind op een bepaald moment een ster-aanpak nodig heeft, dient altijd gerelateerd te zijn aan het niveau van de groep waarvan het kind deel uitmaakt. Daarnaast kunt u als richtlijn aanhouden dat kinderen die minder dan 80% van de controletaken in het werkboekje goed hebben in aanmerking komen voor de ster-aanpak. Wanneer dit echter meer dan 20% van uw leerlingen betreft, dan is dit een signaal om uw groepsinstructie aan te passen.
Welke kinderen hebben een raket-aanpak nodig?
Het betreft hier snelle leerlingen die behoefte hebben aan uitdagende oefeningen. Deze kinderen volgen de instructie en de verwerkingsopdrachten van de maangroep en maken daarnaast veelvuldig gebruik van de raketmaterialen. Het is de bedoeling dat deze kinderen daarmee hun tijd op een effectieve manier kunnen gebruiken en dat ze niet worden afgeremd in hun leesontwikkeling. Het is niét de bedoeling dat er een subgroep wordt gevormd van ‘raketkinderen’.
Wanneer volgt een leerling de zonaanpak?
Het betreft leerlingen die in staat zijn klankzuivere woorden van het type medeklinker-klinker-medeklinker zelfstandig te lezen waarbij in de meeste gevallen deze woorden niet eerst gespeld moeten worden. Dit is een vrij strenge norm, maar als kinderen dit nog niét kunnen, kan men hen beter de instructie van de grote groep laten volgen om te voorkomen dat er hiaten in de leesontwikkeling ontstaan. Snelle kinderen kunnen de tijd die zij over hebben gebruik maken van de raketmaterialen. Na elke kern controleert de leerkracht of kinderen die met de zonmaterialen werken daar goed mee verder kunnen. Is dat niet zo, dan laat men deze kinderen aansluiten bij de grote maangroep en zullen deze met vrucht gebruik kunnen maken van de raketmaterialen. We hebben daar geen aanwijzingen voor opgenomen in de handleidingen; alleen in kern 1 is een toets opgenomen voor het onderscheiden van leerlingen die de zonaanpak kunnen gaan volgen. Onze overweging was dat deze leerlingen de minimumdoelen ruim beheersen en dat leerkrachten alleen moeten toetsen waar het nodig is. Ook wilden wij voorkomen dat we door het stellen van normen of concrete doelen uitvallers binnen de zonlijn zouden creëren, die vervolgens weer extra hulp zouden moeten krijgen.
In het computerprogramma van Veilig leren lezen worden drie aanpakken onderscheiden: ster-, maan- en raket-aanpak. Hoe moet je daarmee omgaan?
Als leerlingen zelfstandig oefenen is het gewenst dat de opdrachten niet te moeilijk maar ook niet te gemakkelijk zijn. Daarom is het computerprogramma zo gemaakt dat leerlingen oefeningen krijgen aangeboden die aangepast zijn aan hun niveau. Om dit mogelijk te maken zijn er in het computerprogramma toetsblokken (controletaken) opgenomen. Op basis van de resultaten die leerlingen op deze controletaken (toetsblokken) behalen, krijgen de leerlingen automatisch oefeningen aangeboden die bij hun niveau passen. De resultaten die behaald worden bij het toetsblok in een bepaalde kern zijn bepalend voor het niveau (aanpak) bij de eerst volgende kern. Deze toetsblokken zijn in geen geval bedoeld om na te gaan of een leerling buiten het computerprogramma een ster-aanpak (verlengde instructie) of een maan-aanpak nodig heeft. Ook voor het gebruik van raket-materialen geven de toetsblokken geen uitsluitsel. Momenteel zijn er nog onvoldoende onderzoeksgegevens bekend om te kunnen aangeven wat de relatie is tussen de toetsblokken van het computerprogramma en de andere controletaken (toetsen) bij Veilig leren lezen.
Veilig leren lezen - materialen
Waarom is er een apart klikklakclusterboekje?
Diverse keren is de vraag gesteld waarom er een apart klikklakclusterboekje is ontwikkeld. We hebben Josée Warnaar gevraagd daarover een artikel te schrijven.
In de handleiding wordt verwezen naar de stempelopdrachten. Zijn dat nieuwe?
Nee, u kunt gewoon gebruik blijven maken van de stempelboekjes en stempelopdrachten van de eerste maanversie van Veilig leren lezen (1991).
Blijft Humpie Dumpie te gebruiken naast de tweede maanversie van Veilig leren lezen?
Jawel, maar in de tweede maanversie zijn al oefeningen voor begrijpend lezen verwerkt, waardoor u mogelijk zult ervaren dat u Humpie Dumpie niet meer nodig hebt.
De woorden van de controletaak bij kern 3 komen niet overeen met de woorden die op het registratieformulier staan. Waar kan ik een kloppend formulier vinden?
Het juiste formulier kunt u hier vinden. Let op: om het formulier te kunnen openen, dient u wel ingelogd te zijn in het ‘voor gebruikers’ gedeelte.
Veilig leren lezen - computerprogramma
Mijn leerlingen werken in een toetsblok. De sessietijd staat op 10 minuten, dus ze doorlopen het blok in twee of drie sessies. De eerste sessies gaan goed, maar bij sommige leerlingen stopt het programma vrijwel direct in de derde sessie. Wat gaat er mis?
Dit kan gebeuren in het toetsblok van kern 1 t/m 6 bij leerlingen die voor lezen of spelling een maan- of raketaanpak volgen en automatisch een extra oefening voor begrijpend lezen krijgen aangeboden. Zodra deze kinderen de oefeningen voor lezen en spelling slecht maken, adviseert het programma voor beide vaardigheden de steraanpak. Deze aanpak wordt doorgevoerd, als de kinderen het programma na vier oefeningen opnieuw moeten starten. Omdat de begrijpend leesoefening voor kinderen met een steraanpak vervalt, breekt het programma af. U kunt dit probleem eenvoudig oplossen door uw leerlingen meer sessietijd te geven. Ze hoeven het programma dan niet opnieuw te starten en krijgen de begrijpend leesopdracht gewoon aangeboden.
Waarom zou ik versie 1.3 van het programma installeren?
U hoeft versie 1.3 van het programma alleen te installeren indien Windows Vista op uw pc draait. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen met versie 1.2 van het programma. Voor meer informatie verwijzen wij u door naar deze pagina.
Kan ik het computerprogramma Veilig leren lezen gebruiken op een Vista-computer?
Om probleemloos met het computerprogramma Veilig leren lezen op Windows Vista te kunnen werken raden wij u aan om de update te installeren.
Bij het opvragen van een voortgangsrapport voor één leerling in de Zwijsen Software Manager verschijnt de melding 'Fout in het script voor Internet Explorer. Er is een fout opgetreden in het script op deze pagina.'
Deze melding treedt op wanneer Internet Explorer 7.0 is geïnstalleerd. Indien u toch een voortgangsrapport voor een leerling wilt opvragen, dient u eerst een voortgangsrapport voor de hele groep te maken. Klikt u in dit rapport op de naam van de betreffende leerling, dan verschijnt alsnog het voortgangsrapport voor deze leerling.
Alle kinderen in mijn groep hebben blok 0 afgerond. Toch wordt in de Software Manager niet voor alle kinderen een advies gegeven. Hoe kan dat?
Als blok 0 in meer dan één sessie is afgerond, wordt het advies inderdaad niet in het voortgangsrapport getoond. Om dit probleem op te lossen, hebben we een patch ontwikkeld. Ga naar Patch Veilig leren lezen versie 1.2 om de patch te downloaden en de nieuwe versie van het computerprogramma bij Veilig leren lezen te installeren.
Ik wijzig de instelling voor mijn hele groep in een oefenblok. Als ik het eigenschappentabblad voor deze groep weer open, zie ik wel de kern staan, maar niet het oefenblok. Zijn de instellingen wel goed doorgevoerd?
De instellingen zijn wel goed doorgevoerd, zoals u kunt zien bij de instellingen voor iedere leerling afzonderlijk. U kunt de instellingen dus gerust voor een hele groep maken. In Veilig leren lezen versie 1.2 is deze situatie gecorrigeerd. Ga naar Veilig leren lezen versie 1.2 Patch om de patch te downloaden en de nieuwe versie van het computerprogramma bij Veilig leren lezen te installeren.
In de eerste oefening in het oefenblok van kern 1 ontbreken de plaatjes. Hoe kan dat?
Deze situatie treedt op als u de eigenschappen voor een groep instelt op het oefenblok van kern 1 zonder dat de kinderen eerst blok 0 hebben gemaakt. In Veilig leren lezen versie 1.2 is deze situatie gecorrigeerd. Ga naar Patch Veilig leren lezen versie 1.2 om de patch te downloaden en de nieuwe versie van het computerprogramma bij Veilig leren lezen te installeren.
Na het installleren van het programma ‘Veilig leren lezen’, verschijnt een melding waardoor ik het programma niet kan installeren.
Dit kunnen de volgende meldingen zijn: 'Original disk could not be found or authenticated.’ of ‘No ASPI layer found on your system. This is necessary for successful authentication.’ Dit probleem zou veroorzaakt kunnen worden doordat de optie ‘DMA indien beschikbaar’ niet is aangevinkt. U kunt dit als volgt controleren:
1. Ga via ‘Start’, ‘Instellingen’, ‘Configuratiescherm’ naar ‘Systeem’.
2. Klik op het tabblad ‘Hardware’.
3. Klik onder het menu ‘Apparaatbeheer’ op de knop ‘Apparaatbeheer’.
4. Dubbelklik op de map ‘IDE ATA/ATAPI-controllers’.
5. Dubbelklik op de map ‘Primair IDE-kanaal’.
6. Klik op het tabblad ‘Geavanceerde instellingen’.
7. Controleer of onder ‘Apparaat 0’ en ‘Apparaat 1’ achter ‘Overdrachtsmodus’ de optie ‘DMA, indien beschikbaar’ is ingevuld. Is dit niet het geval, selecteer deze optie dan via de pijltjesknop.
8. Klik op ‘OK’ om de wijzigingen toe te passen.
9. Dubbelklik nu op de map ‘Secundair IDE-kanaal’ en doorloop dezelfde stappen.
10. Klik op het tabblad ‘Geavanceerde instellingen’.
11. Controleer of onder ‘Apparaat 0’ en ‘Apparaat 1’ achter ‘Overdrachtsmodus’ de optie ‘DMA, indien beschikbaar’ is ingevuld. Is dit niet het geval, selecteer deze optie dan via de pijltjesknop.
12. Klik op ‘OK’ om de wijzigingen toe te passen.
13. Sluit alle vensters en installeer het programma ‘Veilig leren lezen’.
Mocht deze oplossing niet het gewenste resultaat hebben, neem dan contact op met onze helpdesk (tel. 0547 285530).
Mocht deze oplossing niet het gewenste resultaat hebben, neem dan contact op met onze helpdesk (tel. 0547 285530).
Als ik probeer een leerling toe te wijzen aan het programma ‘Veilig leren lezen’, verschijnt de volgende melding: ‘Missing or bad blok_codes.xml. Het lukt me daardoor niet de leerling aan het programma toe te wijzen; het leerlingprogramma ‘Veilig leren lezen’ start dan ook niet. Het programma is geïnstalleerd op een machine met Windows XP. Wat kan ik hier aan doen?
Dit probleem treedt op bij Windows XP en Windows 2000-machines indien wordt gewerkt met beperkte rechten (‘Limited user’). Om dit probleem op te lossen, hebben we een patch ontwikkeld. Ga naar Patch Veilig leren lezen versie 1.2 om de patch te downloaden en de nieuwe versie van het computerprogramma bij Veilig leren lezen te installeren.
Wij werken met de eerste maanversie (van 1991). Kunnen wij ook overgaan op de nieuwe software?
Ja. U moet dan wel de nieuwe letters in kern 1 (aa, e en ee) aanbieden, bijvoorbeeld bij de structureerwoorden 'maan', 'pen' en 'teen'.
Hoe ziet de toetsing in de software eruit?
Aan het eind van het oefenblok van een kern volgt een toetsblok. Met de toets in dit blok wordt zowel correct lezen als vlot lezen getoetst. Op basis van de resultaten op dit toetsblok, bepaalt het computerprogramma op welk niveau de leerling in de volgende kern instapt.
In het computerprogramma van Veilig leren lezen worden drie aanpakken onderscheiden: ster-, maan- en raket-aanpak. Hoe moet je daarmee omgaan?
Als leerlingen zelfstandig oefenen is het gewenst dat de opdrachten niet te moeilijk maar ook niet te gemakkelijk zijn. Daarom is het computerprogramma zo gemaakt dat leerlingen oefeningen krijgen aangeboden die aangepast zijn aan hun niveau. Om dit mogelijk te maken zijn er in het computerprogramma toetsblokken (controletaken) opgenomen. Op basis van de resultaten die leerlingen op deze controletaken (toetsblokken) behalen, krijgen de leerlingen automatisch oefeningen aangeboden die bij hun niveau passen. De resultaten die behaald worden bij het toetsblok in een bepaalde kern zijn bepalend voor het niveau (aanpak) bij de eerst volgende kern. Deze toetsblokken zijn in geen geval bedoeld om na te gaan of een leerling buiten het computerprogramma een ster-aanpak (verlengde instructie) of een maan-aanpak nodig heeft. Ook voor het gebruik van raket-materialen geven de toetsblokken geen uitsluitsel. Momenteel zijn er nog onvoldoende onderzoeksgegevens bekend om te kunnen aangeven wat de relatie is tussen de toetsblokken van het computerprogramma en de andere controletaken (toetsen) bij Veilig leren lezen.
Bij installatie van het programma krijg ik de melding “U dient eerst de Zwijsen Software Manager te installeren”. Maar hoe kom ik aan de Zwijsen Software Manager?
De laatste versie van de Zwijsen Software Manager kunt u hier downloaden.
Waar vind ik het plaatjesoverzicht van het leerlingmenu op de website?
Het plaatjesoverzicht kunt u hier vinden.
De kinderen in mijn groep kunnen niet alle instapmomenten in het oefenblok doorlopen in de tijd dat we aan een kern werken. Hoe moet ik dat oplossen?
Het is niet nodig dat kinderen alle instapmomenten in een oefenblok afwerken. Het aantal instapmomenten wat u laat kiezen, hangt af van de hoeveelheid computers en leerlingen in uw groep. Wij adviseren om de kinderen met het toetsblok te laten starten in de laatste week dat u met een kern werkt.
Veilig leren lezen - Leerkrachtassistent
De knop ‘Groot scherm’ werkt niet.
Dit wordt hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt doordat op de computer een verouderde versie van Internet Explorer gebruikt wordt. Om dit op te lossen kunt u Internet Explorer 7 of 8 installeren of de laatste versie van Firefox.
Ik krijg de melding ‘Volgens de authenticatieserver bent u niet (meer) ingelogd.’
U bent waarschijnlijk nog ingelogd op een andere PC. U dient zich eerst op die PC uit te loggen.
Er verschijnt een foutmelding: ’Er is een fout opgetreden tijdens de aanmeldingscontrole.’
Periodiek wordt er gecontroleerd of u nog correct bent ingelogd. Klik op de button ‘Ga verder’om door te gaan.
De applicatie loopt vast. Wat nu?
Indien de applicatie vastloopt vanwege problemen met de internetverbinding, kunt u klikken op F5. De pagina wordt dan vernieuwd. Let op: alles wat u in die sessie hebt gewijzigd , wordt op dat moment gewist. Bij blijvende problemen kunt u contact opnemen met uw eigen systeembeheerder of met onze klantenservice.
Welke Flash Player heb ik nodig?
U dient Adobe Flash Player 9 (flash9d.ocx) als invoegtoepassing ingeschakeld te hebben bij uw browser. Voor het installeren van deze invoegtoepassing dient u installatierechten te hebben. Bij blijvende problemen kunt u contact opnemen met uw systeembeheerder of met onze klantenservice.
Het scherm van de Leerkrachtassistent verschijnt niet goed en de escape-button werkt niet. Wat moet ik nu doen?
Als u klikt op de F11-knop van uw toetsenbord, is het probleem opgelost.
Het scherm van de Leerkrachtassistent wordt niet beeldvullend getoond.
De Leerkrachtassistent is gemaakt voor een beeldschermresolutie van 1024 x 768. Bij grotere schermresoluties wordt de ruimte opgevuld met een zwarte achtergrond zodat er een rustig beeld ontstaat. Er zijn op dit moment geen plannen om de Leerkrachtassistent aan te passen op andere beeldschermresoluties.
Veilig stap voor stap - Leerkrachtassistent
De knop ‘Groot scherm’ werkt niet.
Dit wordt hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt doordat op de computer een verouderde versie van Internet Explorer gebruikt wordt. Om dit op te lossen kunt u Internet Explorer 7 of 8 installeren of de laatste versie van Firefox.
Ik krijg de melding ‘Volgens de authenticatieserver bent u niet (meer) ingelogd.’
U bent waarschijnlijk nog ingelogd op een andere PC. U dient zich eerst op die PC uit te loggen.
Er verschijnt een foutmelding: ’Er is een fout opgetreden tijdens de aanmeldingscontrole.’
Periodiek wordt er gecontroleerd of u nog correct bent ingelogd. Klik op de button ‘Ga verder’om door te gaan.
De applicatie loopt vast. Wat nu?
Indien de applicatie vastloopt vanwege problemen met de internetverbinding, kunt u klikken op F5. De pagina wordt dan vernieuwd. Let op: alles wat u in die sessie hebt gewijzigd , wordt op dat moment gewist. Bij blijvende problemen kunt u contact opnemen met uw eigen systeembeheerder of met onze klantenservice.
Het scherm van de Leerkrachtassistent verschijnt niet goed en de escape-button werkt niet. Wat moet ik nu doen?
Als u klikt op de F11-knop van uw toetsenbord, is het probleem opgelost.
Het scherm van de Leerkrachtassistent wordt niet beeldvullend getoond.
De Leerkrachtassistent is gemaakt voor een beeldschermresolutie van 1024 x 768. Bij grotere schermresoluties wordt de ruimte opgevuld met een zwarte achtergrond zodat er een rustig beeld ontstaat. Er zijn op dit moment geen plannen om de Leerkrachtassistent aan te passen op andere beeldschermresoluties.
Veilig leren lezen - toetsen en Toetssite
Waarom geeft de Toetssite bij vervolgtoets risicolezers Leesboekje p.16 kern 1, 2, 4 en 5 alleen bij het onderdeel Lettertoets niveau-aanduidingen en niet bij de andere onderdelen?
Het doel van de vervolgtoets risicolezers leesboekje p. 16 is het verkrijgen van aanvullende gegevens over het lezen van letters, woorden en zinnen. Leest het kind vlot of spellend? Welke letters of woorden zijn fout gelezen? Hoe is het leesgedrag van het kind? Deze aanvullende informatie is bij leeszwakke kinderen van belang om de juiste interventie te kunnen bepalen. Daarom hoeft deze vervolgtoets ook alleen maar afgenomen te worden bij leerlingen die een Onvoldoende of een Twijfelachtig scoorden op de basistoets Veilig & vlot. Deze basistoets Veilig & vlot is een 1-minuut woordentoets; deze geeft geen informatie over letterkennis. Bij leeszwakke kinderen is het van belang om te kijken in welke mate de letters gekend en geautomatiseerd zijn. Daarom wordt bij het onderdeel Lettertoets ook de leestijd geregistreerd. Via de niveaucode die hieraan gekoppeld wordt, ziet u op welk niveau de betreffende leerling zich bevindt. Ook van belang voor het bepalen van de juiste interventie.
Sluit de toetsing binnen Veilig leren lezen aan bij de Cito-toetsen?
Het leerlingvolgsysteem van het Cito is grofmazig en bestaat uit zogenaamde normtoetsen die zo geconstrueerd zijn, dat verschillen tussen de leerlingen zo duidelijk mogelijk aan het licht komen. Niet alle items van die toetsen behoeven door alle leerlingen beheerst te worden. Het volgsysteem van Veilig leren lezen is fijnmazig en bestaat voor een deel uit beheersingstoetsen, gebaseerd op de minimumdoelen, en voor een deel uit normtoetsen. In verband met het vroegtijdig signaleren, diagnosticeren en remediëren, schiet het Cito-leerlingvolgsysteem te kort, omdat het te grofmazig is. Daar komt nog bij dat de normen van het Cito strikt gekoppeld zijn aan het moment van afname. Wat groep 3 betreft, is de keuze van de tijdstippen waarop de Cito-toetsen genormeerd zijn vaak minder gelukkig. Bovendien is het begin van het schooljaar door de vakantiespreiding niet voor alle scholen hetzelfde. Een verschil van drie weken is op vier maanden onderwijs aanzienlijk.
Hoe is de relatie tussen de signaleringen van het Protocol Dyslexie en die van Veilig leren lezen?
De laatste jaren is het steeds duidelijker geworden, dat het voorkomen van leesmoeilijkheden effectiever is dan het remediëren. Hoe vroeger gesignaleerd wordt dat een leerling risico loopt leesmoeilijkheden te krijgen en hoe eerder op deze signalering adequate actie (interventie) wordt ondernomen, hoe groter de kans op succes is. Het Protocol Dyslexie is gebaseerd op dit inzicht. Vroegtijdige signaleringen zijn gebonden aan de methode die bij het leesonderwijs wordt gebruikt. De auteurs van het Protocol geven dan ook methodegebonden richtlijnen. De manier waarop de vorderingen van de leerlingen gevolgd (kunnen) worden is zelfs fijnmaziger dan bij het Protocol Dyslexie. Met name de basistoetsen na elke kern bij Veilig & vlot en de vervolgtoetsen voor risicolezers op pagina 16 van de eerste vijf leesboekjes geven extra informatie die relevant is voor de hulp die aan risico-kinderen gegeven dient te worden. De actuele normen en toetsmaterialen kunt u vinden op de website bij het onderdeel toetsen of in de toetssite.
Volstaat de herfstsignalering als je je aan de regels van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie wilt houden? Of zul je de toetsen van het Protocol nog naast de toetsen van Veilig leren lezen nieuw moeten doen?
De herfstsignalering van de nieuwe Veilig leren lezen volstaat inderdaad als u zich aan de regels van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie (PLD)wilt houden. U hoeft daarnaast dus niet nog eens de toetsen van het PLD af te nemen. Het PLD kent een bepaalde structuur voor het volgen van de leervorderingen van de leerlingen in het aanvankelijk leesonderwijs. Het leerlingvolgsysteem van de nieuwe Veilig leren lezen past helemaal binnen deze structuur. De volgende toetsmomenten staan hierbij centraal: herfstsignalering (na kern 3), wintersignalering (na kern 6), lentesignalering (na kern 8) en eindsignalering (na kern 11).
Invulling Protocol Leesproblemen en Dyslexie
De meetmomenten van Veilig leren lezen sluiten goed aan bij het protocol. Het PLD raadt wel bij de herfstsignalering het niveau van fonologische vaardigheden in kaart te brengen. Voor suggesties zie toetskalender op pagina 86 van protocol Leesproblemen en Dyslexie.
Hoe kun je de vorderingen van de zonkinderen het beste volgen ?
De toetsen voor vroege lezers (Lettertoets en Woordentoets) kunnen aan het begin van het schooljaar worden afgenomen. De resultaten kunnen ingevoerd worden in de ‘Toetssite Veilig leren lezen’. De toetssite geeft op basis van deze toetsresultaten een advies over de mogelijkheden van deze leerlingen om de zonlijn van de methode te kunnen volgen. Als u niet werkt met de toetssite, kunt u de benodigde informatie downloaden van de website van Veilig leren lezen. Om te weten hoe de leesontwikkeling van vlotte lezers vordert, kan in de loop van het schooljaar enkele keren een vervolgtoets voor vlotte lezers worden afgenomen. Er zijn drie vervolgtoetsen voor vlotte lezers: na kern 3, na kern 6 en na kern 8. De vlotte lezers worden dan getoetst op het niveau van de zonmaterialen waarmee zij kunnen gaan werken: het zon-leesboekje en zon-werkboekje. Rond de herfstsignalering hebben vlotte lezers bijvoorbeeld gewerkt in kern 3 van de zonlijn. Zon kern 3 heeft het leesniveau van kern 8 van Veilig leren lezen. Daarom is voor vlotte lezers de toets ‘Veilig & vlot, kern 8’ als vervolgtoets opgenomen.
Wat zijn de afnamemomenten van Citotoetsen en van Veilig leren lezen toetsen?
We onderscheiden nu enerzijds de methodegebonden toetsen en anderzijds de Cito-toetsen. Ze worden niet meer door elkaar gebruikt. VLL-toetsen worden afgenomen na de kernen en met de normen die door VLL zijn vastgesteld. Cito-toetsen dienen te worden afgenomen op de afnamemomenten zoals het Cito die aangeeft (eind januari/begin februari en eind mei/ begin juni); daarbij worden de Cito-normen gehanteerd
Wat is er veranderd bij DMT van Cito?
Cito heeft september 2010 alle scholen een herziene handleiding DMT toegezonden. Daarin geven zij aan dat:
1. De normering bij de DMT klopt mogelijk niet (van de nieuwe versie van DMT uit 2009).
2. Het afnemen van slechts één toetskaart leidt tot een onvoldoende betrouwbare schatting van de vaardigheidscore.
Cito heeft om die reden enkele wijzigingen doorgevoerd:
1. De normering zijn gewijzigd. ( Met name die van enkel kaart 3!)
2. De (meeste) tabellen waarmee op basis van één kaart een vaardigheidsscore wordt berekend zijn komen te vervallen.
Er wordt wel uitdrukkelijk in de handleiding gezegd dat een score op alleen kaart 1 of alleen kaart 2 onvoldoende nauwkeurig is. Voor kaart 3 is dit niet het geval.( p. 32 nieuwe handleiding).
In het leerlingvolgsysteem van Cito( LOVS) worden de resultaten van de DMT-kaarten automatisch gemiddeld en omgezet in één vaardigheidsscore. Dit betekent dat halverwege groep 3 de scores op kaart 1 en 2 worden samengenomen. Hierdoor is niet meer zichtbaar welke leerlingen echt uitvallen (op kaart 1) en extra hulp nodig hebben. Om de resultaten van de DMT handelingsgericht te kunnen gebruiken, moeten ze dus apart, buiten het LOVS, worden bijgehoudend dit kunt u doen in de toetssite van VLL. U krijgt een score per leeskaart met een advies bij leerlingen die een C, D en E-score behalen. Dus ons advies hierbij is voer de toetsscore in de toetssite en u krijgt alsnog een advies op maat (per kaart). Als u niet werkt met de toetssite kunt u in de herziene handleiding van september 2010 tabel 3de scores per kaart vinden.
Bij E3 worden dus de resultaten van de drie kaarten gemiddeld. En daarbij geldt hetzelfde, in de toetssite kunt u ook een uitslag per kaart krijgen.
Cito adviseert de volgende toetsafname:
Medio groep 3: afname kaart 1 en 2 ( plus de mogelijkheid om ook kaart 3 af te nemen).
Eind groep 3 t/m medio groep 8: afname kaart 1, 2 en 3.
Waarom wordt er in Veilig leren lezen niet meer verwezen naar de Citotoetsen voor spellingvaardigheid en begrijpend lezen?
Dit heeft te maken met het tijdstip van de afname van deze toetsen. De normen van de Cito-toetsen zijn gebonden aan de datum van de ijking. Deze komt vaak niet overeen met het moment dat zij in de kernen aan de orde komen. Bovendien is de spellingtoets van het Cito een zogenaamde normtoets (en dus geen criterium- of beheersingstoets) en bevat de toets items die nog niet beheerst hoeven te worden. Wilt u beide toetsen toch afnemen, dan is daar niets op tegen. Het kan heel zinvol zijn als u ook in groep 3 het leerlingvolgsysteem van het Cito wil volgen. U moet zich dan wel strikt houden aan het juiste afnametijdstip.
Hoe ga je om met normen bij toetsen en controletaken?
Om goed om te kunnen gaan met normen moet men onderscheid maken tussen twee soorten toetsen (controletaken): 1 Beheersingstoetsen (of doelstellinggebonden toetsen) gaan na of bepaalde doelen al dan niet bereikt zijn. Bij deze toetsen wordt als algemene richtlijn (norm) aangehouden dat minstens 80% van de leerlingen 80% van de items goed moet maken. Als dit niet zo is, behoort de leerkracht zich vragen te stellen omtrent de afstemming (kwaliteit) van zijn onderwijs aan zijn groep kinderen. De controletaken in de werkboekjes van Veilig leren lezen behoren bijna allemaal tot dit type. Met deze toetsen kun je onvoldoende onderscheid maken tussen middelmatige, goede en zeer goede leerlingen. Wel kan men er de zeer zwakke leerlingen mee op het spoor komen. 2 Vorderingentoetsen (niveau-toetsen) zijn bedoeld om bestaande verschillen in ontwikkeling (vorderingen) bij de leerlingen zo duidelijk mogelijk in kaart te brengen. Dit soort toetsen bevat daarom soms items die nog niet beheerst behoeven te worden of die nog meer tijd vragen dan (uiteindelijk) bij beheersing is toegestaan. Bij leesvaardigheid blijkt tijd een heel belangrijk criterium te zijn om verschillen tussen leerlingen zichtbaar te maken. Vandaar dat bijvoorbeeld controletaken of toetsen voor technisch lezen bij voorkeur normen worden gebruikt die gebaseerd zijn op het aantal goede items die binnen een bepaalde tijd (1 of 1,5 minuut) worden gelezen. Het aantal gemaakte fouten zegt veelal veel minder over de niveauverschillen tussen de leerlingen. Wel is het zo dat dit gegeven bij zwakke leerlingen wel relevant is. De normen bij vorderingentoetsen worden afgeleid van gegevens die worden verzameld bij een onderzoeksgroep. De samenstelling van die onderzoeksgroep kan ver uiteenlopen. Ideaal is dat de onderzoeksgroep een getrouwe afspiegeling is van alle leerlingen en leerkrachten waarvoor de toets bedoeld is. Er bestaan grote verschillen tussen leerlingen en leerkrachten. Bij de samenstelling van de onderzoeksgroep moet hiermee rekening worden gehouden. Het is heel moeilijk een onderzoeksgroep samen te stellen die een getrouwe afspiegeling is van de gehele groep. Leerkrachten die bereid zijn aan een onderzoek deel te nemen, zullen gemiddeld meer gemotiveerd zijn om goed leesonderwijs te geven dan leerkrachten die daartoe niet bereid zijn. Het ligt voor de hand aan te nemen dat gemotiveerde leerkrachten gemiddeld betere resultaten zullen behalen dan leerkrachten die minder gemotiveerd zijn. Als dat zo is, heeft dat gevolgen voor de normen. Daardoor kan het gebeuren dat de normen die berusten op verschillende onderzoeken aanzienlijk uiteenlopen. Toch zijn dergelijke normen van belang. In de eerste plaats om verschillen binnen je eigen groep zichtbaar te maken. In de tweede plaats kun je een vergelijking maken tussen je eigen groep en de onderzoeksgroep waarop de normen zijn gebaseerd.
Nieuwe website
Waarom inloggen?
Voor gebruikers is een site voor en door leerkrachten die werken met de methode. Iedereen is welkom, maar sommige informatie is voorbehouden aan gebruikers. Om toegang te krijgen tot deze informatie is het nodig dat u zich kenbaar maakt aan de beheerder van de website. Dit doet u door lid te worden en in te loggen. Wanneer u bent ingelogd is ook de afgeschermde informatie op de site voor u toegankelijk.
Lid worden is gratis. Daarom geldt hier een andere inlog dan de inlog die u gebruikt bij de online software van Zwijsen waarvoor u een abonnement dient af te sluiten zoals de Leerkrachtassistent en de Toetssite.
Waarom kan ik mijn e-mailadres niet wijzigen in mijn profiel?
Het e-mailadres dat u bij het aanmaken van uw account hebt opgegeven is uw unieke identificatiegegeven. Bij het aanmaken van uw account op veiliglerenlezen.nl bent u aan de hand van dit adres geverifieerd door de site. Is uw e-mailadres gewijzigd, of kunt u de e-mail op het eerder opgegeven adres niet meer raadplegen, dan moet u zich opnieuw aanmelden voor veiligerenlezen.nl.
Ik wil de e-mailnieuwsbrief op een ander e-mailadres ontvangen.
Open een e-mailnieuwsbrief. Onderaan de e-mailnieuwsbrief vindt u de link ‘Gegevens wijzigen’. Klik op de link en pas uw gegevens aan.
