|
 |
|
 |
Tips van en voor leerkrachten
 |
 |
|
 |
De beste tips komen van mensen uit de praktijk. Deze pagina is dan ook vooral door, maar zeker vóór leerkrachten gemaakt. Hebt u ook een tip waar uw collega's hun voordeel mee kunnen doen? Mail 'm dan naar de redactie! Als uw tip wordt verkozen tot 'Tip van de maand' ontvangt u een beloning!
 |
|
 |
Rubrieken
Nieuwste tips
Woordenschattip bij kern 12 |
| | Momenteel zijn we in mijn groep 3 bezig met kern 12. Omdat woordenschat een blijvend aandachtspunt is in het onderwijs heb ik dit zo tegen het einde van het schooljaar maar eens extra opgepakt. Het ankerboek van kern 12 bestaat uit een aantal erg leuke platen. (Praatje-bij-een-plaatje-gelegenheid!) Voordat ik een stuk ankerverhaal ga vertellen zet ik het boek goed zichtbaar met de eerste plaat in beeld voor de klas neer (barkruk). Op het bord hang ik daarnaast een groot vel papier. De leerlingen mogen de woorden opnoemen die ze in de plaat zien. Ik schrijf die losse woorden onder elkaar op het vel, eventueel met een synoniem erbij zoals bijvoorbeeld rugzak/tas. Zo bedenken we 15 woorden. 'Maar', zeg ik, 'nu ga ik het verhaal voorlezen en luisteren jullie goed of jullie een of meer van onze wooorden horen. Ik lees nu één bladzijde voor.' De leerlingen luisteren erg goed! Ze willen graag reageren en dat mag als ik het verhaalstuk nog eens voorlees. Als ze een woord van het woordvel horen, mogen ze 'ja' roepen. Dit was vooral erg leuk en de oren waren gespitst! We hebben na de tweede keer voorlezen een streep gezet onder de gehoorde woorden (er zaten namelijk ook een paar niet-gehoorde woorden tussen). Als verwerking moesten ze de gevonden woorden van het bord-verfvel overschrijven. Een leuke,leerzame les was het! Dit kan dus ook weer met de tweede plaat enzovoorts. Zo ontstaat een hele woordmuur over Sara!Jose Brouwer, basisschool st.Ludgerus, Balk |
|
|
| Top |
Bewegen met Veilig leren lezen |
| | | Elke dag even bewegen met Veilig leren lezen: Start het letterflitsprogramma op het active bord. De leerlingen gaan achter hun stoel staan en springen de letters in kruissprong (linkerbeen voor, rechterarm voor en dan wisselen). Zo blijft letters oefenen voor iedereen het hele jaar leuk. Ingrid, Marijn, Anne Marie, bs de Horizon, Dordrecht
|
|
|
| Top |
VeeVee-lezen |
| | Na een afwezigheid van 3 weken (heel kern 6) viel de uitkomst van de wintersignalering behoorlijk tegen. Het leestempo was bij de helft van de kinderen (veel) te laag en er werden redelijk veel fouten gemaakt. Om dit snel veel en goed te oefenen ben ik begonnen met 'VeeVee-lezen': ik heb leesduo's gemaakt en een kind uit groep 4 (of een hele sterke lezer uit groep 3) gekoppeld aan een kind uit groep 3. Op mijn signaal doen we rondje 'voordoen': groep 4 leest 1 minuut in een rustig tempo de opgegeven bladzijde voor. Hierna wisselt de beurt en gaan we 'oefenen'. Groep 3 leest dan 1 minuut verkennend de bladzijde. Groep 4 onthoudt de eventueel gemaakte foutjes en wijst hier achteraf op. Het volgende rondje is 1 minuut 'wedstrijdje': groep 3 leest zo vlug en precies als het kan de bladzijde. Wordt er een foutje gemaakt dan geeft groep 4 zijn/haar maatje een seintje door een klopje op de tafel te geven. Groep 3 begint dan van voor af aan de bladzijde te lezen. Wie redt de hele bladzijde? In de tweede ronde van 'wedstrijdje' is het de kunst jezelf te verbeteren. Kom je 1 woordje verder dan is dat al heel knap. Na de wedstrijdrondes wisselt de beurt weer. Dit vinden de kinderen van groep 4 de grootste uitdaging! Ze mogen weer op een kalm tempo de bladzijde voorlezen, maar maken bij één woordje een foutje. Het is voor groep 3 de uitdaging het foutje te ontdekken, te mogen kloppen en het groep 4-maatje hierdoor opnieuw te laten lezen. De ogen twinkelen als na deze ronde de leerlingen mogen opstaan die een foutje bij hun maatje hebben gehoord. Het is een hele moeilijke opgave en de triomf dus des te groter. De kinderen hebben een gelijkwaardige inbreng en zijn ontzettend betrokken bij dit kwartiertje VeeVee-lezen. Ook de wat zwakkere leerlingen uit groep 4 hebben er baat bij. Alleen al hun leesvaardigheden als voorbeeld aan groep 3 mogen laten zien doet hen heel veel goed. Er wordt erg tegen ze opgekeken. Na de controletoets V&V van kern 7 was het resultaat echt merkbaar. Lezen is nu erg leuk!Jacqueline Hensbergen, OBS De Regenboog, Dinteloord |
|
|
Activiteit vanaf kern 7 |
| | | Op het planbord heb ik een kaartje met een vraagteken gehangen. Twee kinderen kunnen deze activiteit kiezen. De enige voorwaarde hierbij is, dat ze iets moeten doen met letters, woorden, zinnen of teksten. Ik volg waarmee de kinderen komen. De ideeën die voor iedereen leuk en zinvol zijn gebruik ik daarna bij de schrijfhoek. De kinderen met zonwerk nemen hierin het voortouw. Ze maken boekjes, schrijven teksten over, geven elkaar dictees uit Veilig en Vlot etc.. De andere kinderen zijn ook enhousiast. Een leuke en zinvolle activiteit vanaf kern 7. Annet Vandenhecke, OBS de Regenboog, Oudenbosch |
|
|
Kern 8 dialoog schrijven |
| | | Niet alle kinderen kunnen even goed een dialoog bedenken. Hulpmiddel hierbij is het stramienblad van het stickerboekje. Gebruik hierbij stickers van alle kernen. De kinderen kiezen twee plaatjes uit, bijvoorbeeld van de uil en de vos en plakken deze om de beurt op het stramienblad. Achter de uil komt een tekst, de vos antwoordt etc.. Zo heb je de visuele ondersteuning bij de zinnen. Yvonne Welling, obs de Tsjerne, Gorredijk |
|
|
| Top |
Woorddictee |
| | | In de handleiding staan regelmatig woorddictees die je moet afnemen. Wij ervaren goede resultaten op de Citotoetsen, omdat we (volgens mij) geen dictee overslaan. Veel kinderen kunnen nog moeite hebben met de positiebepaling vooraan, middenin en achteraan. Hiervoor gebruik ik het stramienblad van het klikklakboekje als dicteeblad. Ik kopieer de pagina dubbelzijdig en maak een boekje voor elke leerling. Tot en met kern 6 kun je er alle dictees op kwijt. De kinderen kunnen ook nog lekker groot schrijven. Nakijken gaat super met het dictee van de Leerkrachtassistent! Yvonne Welling, obs de Tsjerne, Gorredijk |
|
|
| Top |
Letterflat |
| | Hoe krijg je kinderen gemotiveerd en geïnteresseerd aan het werk met het bedenken en maken van eigen verhalen? Met de letterflat! Zo werkt het: Koop een opbergsysteem voor schroeven, het liefst een hoge toren met veel bakjes, bij een plaatselijke bouwmarkt. Plak aan de zijkanten van de toren een mooie afbeelding van een stenen muur en print alle letters (korte klanken, lange klanken, medeklinkers en twee-tekenklanken) enkele tientallen keren uit. Vervolgens stop je de letters in aparte bakjes. Zo ontstaat er een echte letterflat. Geef de kinderen papier en lijm en ze gaan aan de slag. Er ontstaan de mooiste zinnen en verhalen. Wil je het nog verder uitdiepen?Geef de kinderen dan een boekje van lege witte vellen, zo ontstaat er een echt eigen gemaakt boek. De kinderen zijn er trots op! Ik heb het nog aantrekkelijker gemaakt, door de letterflat op een groene plaat te zetten, waar ik vervolgens een weg op geschilderd heb en een auto, bloemen, bus, poppetjes en bomen geplakt heb. Zo wordt het een echte letterflat.Imke van de Ven, BS. Den Doelhof, Meijel
|
|
|
| Top |
b-d verwarring |
| | Bij het lezen van het woordje 'deed', zijn er nog steeds kinderen die zich afvragen: 'Is die eerste letter nu een d of een b?' Bij een dictee zag je steeds b/d wisselingen. Ik heb die onzekerheid op de volgende manier weg kunnen nemen: Ik maakte een b van een rechte tak en een zacht rond kussentje. Ik liet de omtrek ervan op een blad overtrekken. Je krijgt dan de b van boom(stam). Maar als je de tak linksom draait en laat omtrekken is het opeens weer een d. Hoe weet je nu wanneer het een b is en wanneer een d? Toen zette ik de 'boom' rechtop, met de stok links. Ik nam een klein plastic beertje en liet dat vrolijk van links (dus in de leesrichting) aan komen huppelen en toen opeens: boem! botsing! Het beertje was tegen de tak gebotst. Toen draaide ik de tak om. Het beertje kwam weer aanhuppelen, maar nu geen botsing. Het beertje dook in een zacht donskussentje. De b is de botsletter! De d begint met een duik in een donzen kussentje. Wanneer het kind nu twijfelt, glijdt het met de wijsvinger in de leesrichting op de lastige letter af. Komt er een botsing, dan is het met zekerheid een b. Geen botsing? Dan is het de d. Dit kind vergist zich nu niet meer en laat zich door niemand van de wijs brengen. Het weet 100% zeker of er een b of een d staat.Jan van den Belt, Sint-Bernardusschool, Ommen |
|
|
| Top |
Schrijven in de sneeuw |
| | | In deze wintersneeuwtijd kun je het schrijven fantastisch oefenen met sneeuwschrijven. Zoek een stukje sneeuw waar nog niet gelopen is. Laat de kinderen schrijven met de vingers of met een stokje. Met het woordje ‘au’ van ‘pauw’ zijn de kinderen allemaal naar huis gegaan met een pleister voor het hoofd en daarop de ‘au’ van ‘au’ want dat doet zeer. Ans Berendsen, Pastoor Middelkoopschool, Klazienaveen |
|
|
| Top |
Veilig & vlot |
| | | Ik kopieer drie bladzijden van Veilig & vlot, lamineer de bladzijden en verknip de bladzijden in mooie rijtjes/kaartjes. (Als je geen kleurenprinter hebt, kun je de rijtjes op wit papier kopiëren en op een iets groter blaadje in de kleur van de kern plakken en dan lamineren.) Elk kind krijgt een kaartje. Vervolgens wandelen we door de klas en op een stopteken van mij, gaat elk kind het kaartje lezen van het dichtsbijstaande kind. Ze helpen elkaar als ze een foutje horen. Hebben beide kinderen elkaars kaartje gelezen dan wisselen ze van kaartje en gaan naar een ander kind. Wandel, wissel uit! In een betrekkelijk korte tijd wordt er heel veel gelezen en iedereen is actief bezig. Bovendien wordt het als spel ervaren. Dit kan ook met de herhalingsrijtjes na elke kern. Of je kunt zelf per kaart rijtjes van 10 woorden tikken. Met 10 woorden lezen ze net even langer en hoef je minder vaak te wisselen. Je kunt het in een groter lettertype dan in Veilig & vlot te doen, want dat is beter als je staat te lezen. Rike van der Land, basisschool De Skeakel, Sexbierum |
|
|
| Top |
Opbergsysteem kopieerbladen |
| | | Wij zaten met het probleem, waar laat je alle bladen die de kinderen nodig hebben, zoals de papieren voor het klikklakboekje, de ringboekjes enz. Wij hebben het volgende bedacht: Wij hebben diverse stapelbare postbakjes gekocht, allemaal een andere kleur. Bij elk bakje hebben we een papieren rondje van de zelfde kleur gemaakt, gelamineerd en voorzien van een magneet. De kopieerbladen voor het klikklakboekje liggen bijvoorbeeld in het blauwe bakje, op het planbord plakken we dan het blauwe rondje. Zo hoeven de kinderen niet meer te zoeken, en hebben wij geen stapels papier die overal liggen. Esther Bruins Slot, Basisschool de Lichtboei, Almere |
|
|
| Top |
Spellingoefening met de liedjes CD van Veilig leren lezen |
| | | Ik ben persoonlijk erg enthousiast over de liedjes die maan, roos, vis begeleiden. Gezongen door Bart Bosch. De liedjes zijn sfeervol en ze vertellen leuke dingen over de woorden die we leren kennen. De muziek van Jean van Vugt ligt goed in het gehoor en zorgt voor een warme sfeer. Je kunt ze gebruiken tijdens rustige momenten, voor stoelendans en puur als informatie over de woorden. Maar ook anders! Je zou het na iedere kern kunnen doen, maar na kern 5 werkt het het beste: een feestelijk luisterdictee! Het is even simpel als leuk. De meester of juf wordt een echte DJ. Je zet de cd op en de kinderen zitten klaar met potlood en papier. Je zegt dat ze stil naar liedjes gaan luisteren. Als ze in het liedje het woord ontdekken waar het liedje over gaat mogen ze dat opschrijven. Je zegt van te voren dat je het liedje soms kort op zet en soms lang. Wie de meeste woorden ontdekt (en/of goed schrijft) krijgt een sticker of iets naar keuze. Er mag niet gepraat worden. Het is het beste de tafels uit elkaar te zetten, zoals bij een echte toets. In mijn klas was dat heel intens en spannend. Jorge Bolle, Huizinga school, Amsterdam |
|
|
| Top |
Ringboekje goed voor woordenschat |
| | | Enkele maanden geleden kwam een poolse leerling in onze groep 3. Hij sprak geen woord Nederlands. Hij is begonnen met werkboekje 1, zodat hij alle letters van onze taal kon leren. Inmiddels is hij, net als de andere leerlingen, bezig met kern 5. Hij leest op het niveau eind groep 3, alleen weet hij niet wat hij leest. Ik merk dat met het ringboekje zijn woordenschat snel groeit. Hij kan er zelfstandig mee werken, maar het is erg effectief en afwisselend voor hem om samen met een ander kind met het ringboekje te werken. Hij ziet de afbeelding, het andere kind het woord, de medeleerling zegt goed of bij een foutief antwoord zegt hij het goede woord voor. Het mes snijdt nu van twee kanten: hij ziet de afbeelding en hoort gelijk de juiste uitspraak. Deze werkwijze is tevens ideaal voor de samenwerking. Claire Raukema, J.C.van Gentschool, Sommelsdijk |
|
|
| Top |
Lange en korte klanken |
| | | Om de begrippen lange klank en korte klank extra te benadrukken heb ik op twee knuffels de klanken geschreven. Op de lange haas zitten de aa, oo, uu en ee. Op de korte knuffel een vosje heb ik de a, e, u, i en o. Harriët Oudshoorn, St Bonifaciusschool, Wassenaar
|
|
|
| Top |
Das van ongesponnen wol |
| | Naar aanleiding van het boek 'O, kom er eens kijken' van het Sinterklaasproject, heb ik een das gemaakt. De das heb ik gemaakt van ongesponnen wol. Met een speciale viltnaald prik je in een stukje ongesponnen wol totdat het stevig wordt. Hoe langer je prikt, des te steviger het wordt. Daarna breng je er steeds een extra laagje wol op aan. De poten maak je van een apart stukje wol, waarna je de poten aan het lijf vastmaakt door het erop vast te prikken. Dit doe je ook met de oortjes. Je begint het lijf met zwart, daarna breng je wat grijze wol gemengd met zwarte wol ertegenaan. Tenslotte maak je witte strepen op de kop met witte wol.Setske van der Kleij, Basisschool De Zaaier, Veessen |
|
|
| Top |
Kwartet maan roos vis als groepsspel |
| | | Gebruik het kwartet van "maan roos vis" ook eens als groepsspel: Elk kind krijgt een kaartje met daarop een plaatje. In de klas gaan de kinderen (allemaal tegelijk) op zoek naar een kind dat een kaartje uit hetzelfde kwartet heeft. Ze doen dat zonder het kaartje te laten zien, maar op een andere manier, bijvoorbeeld door het woord te hakken en plakken, of door het woord wat is afgebeeld te omschrijven. Als 2 kinderen die bij hetzelfde kwartet horen, elkaar gevonden hebben, gaan ze samen op zoek naar de rest van hun kwartet, tot het kwartetgroepje van 4 compleet is. Daarna gaat het hele groepje naar een plek waar de opdracht die gegeven wordt, wordt uitgevoerd. Die opdracht kan met taal te maken hebben, maar kan ook iets totaal anders omvatten (bv een tekenopdracht waarbij ze moeten samenwerken, of een leefstijlopdracht, i.i.g. een opdracht waar een groepje voor nodig is). Het kan ook gewoon gedaan worden als groepsactiviteit, zonder er een opdracht daarna aan te verbinden. Mirjam van Lier, basisschool ’t Schrijverke, Herpen |
|
|
| Top |
'neem' een moeilijk woordje? met deze tip niet meer |
| | | De kinderen in mijn groep vonden het woordje ‘neem’ een moeilijk woordje. Daarom heb ik het volgende bedacht: Ik heb een koffertje gemaakt en daarop de zin: ‘ik neem mee een...’ geschreven. In de koffer heb ik de stickers van het ringboekje geplakt. De opdracht bij de koffer was: Schrijf op een blaadje: ik neem mee een ... Kijk in de koffer wat je mee wilt nemen en schrijf dat woordje op. Misschien wil je nog veel meer meenemen; dan moet je de woordjes ‘en een’ opschrijven. De kinderen maakten steeds langere zinnen en kunnen het woordje ‘neem’ nu heel goed lezen. We hebben de koffer de naam ‘de ik neem mee koffer’ gegeven. Harriet Oudshoorn, st Bonifaciusschool, Wassenaar |
| |
|
| Top |
|
 
© Uitgeverij Zwijsen BV | Privacy Statement
|
|