Zwijsen




  Gebruikers 1e maanversie
 Prijslijst
 Kinderboeken
 Extra materiaal
 Tijdschrift maan roos vis
 Forum
 Tips
 Vraag en antwoord software
 Artikelen gebruikersbulletin
 Aangepaste normen DMT
 Van 1e naar 2e maanversie
 Stap nu over op de 2e maanversie van Veilig leren lezen

Veilig leren lezen > Gebruikers 1e maanversie > Tips
Tips van en voor leerkrachten

Op deze pagina vindt u nuttige tips en ervaringen van leerkrachten die werken met Veilig leren lezen.

De tips die binnengekomen zijn na mei 2005 treft u aan op de site van de 2e maanversie, voor gebruikers, tips van en voor leerkrachten

Printversie
Dobbelen met plaatjes, cijfers en letters
Filmpjes bij structureerwoorden
Letters flitsen met Powerpoint
Dictee met gebarenalfabet
Letterspelletje met klanken die op elkaar lijken
Eigen boekje van voorgelezen verhaal maken
Letterbingo
Spelletje met wisselwoorden
Creatief werken met thematische projecten
Woord namaken in klikklakboekje
Gebarenalfabet
Vergroot klikklakboek
Tweeklanken onthouden
Differentiëren met keuzebord
Begin de dag met leesmoeders
Manager en wisselen tussen programma's
Thematisch werken
Zelfstandig werken op eigen niveau
Thuis vloeiend lezen
Registratielijsten in kleur
Ook thuis oefenen met structureerwoorden
Letter-klank-koppeling automatiseren
'Veilig' in combinatie- en kleutergroepen
Gebarenalfabet geeft steun bij het aanleren van de letters
Twintig vlinders en hun juf
Ezelsbruggetjes voorkomen omkeringen

Dobbelen met plaatjes, cijfers en letters
 
Een kubus of een grote dobbelsteen kan een speelse invalshoek bieden bij het oefenen met letters en woorden.

Tip 1: met letters van de kern
Neem een kubusblokje en plak of schrijf er de letters op van een kern. Laat een paar kinderen samenwerken. Om de beurt gooien de kinderen bijvoorbeeld twee keer en leggen meteen de letters die gegooid zijn op hun letterdoos. Daarna gaan de kinderen proberen zo veel mogelijk woorden te maken van de betreffende letters. Gebruik wel een zandloper of eierwekker voor de maximale tijd. Na iedere kern komt er een blokje bij.

Tip 2: met plaatjes rond een thema
Kies een thema dat op een bepaald moment speelt in je groep, bijvoorbeeld Sinterklaas. Neem een kubusblokje en plak op minimaal vier zijden een stickertje van de sint, Piet, een boot, een zak. Laat één kind gooien met de kubus. Als de sint 'gegooid' wordt, gaan de kinderen woorden verzinnen die met de sint te maken hebben. Dit kan op de letterdoos of op papier. Wie heeft de meeste woorden?
Het is niet zo belangrijk dat de woorden goed geschreven zijn, maar wel dat de kinderen met taal bezig zijn. Daarna mag het volgende kind gooien. Herhaal dit tot alle plaatjes aan de beurt zijn geweest. (Als er een plaatje wordt gegooid dat al aan de beurt is geweest, laat het kind dan nog een keer gooien.) Is alles aan de beurt geweest? Geef de kinderen dan een lang sinterklaaswoord, bijvoorbeeld zwartenpietenslaapkamer!! En laat de kinderen daar kleine woordjes uit maken.

Tip 3: met cijfers
Neem twee kubusblokjes. Zet er de stippen op van de dobbelsteen. Maak een groepje kinderen en laat een kind met iedere dobbelsteen één keer gooien. Tel de aantallen die boven komen te liggen samen op en laat ze daarna in cijfers opschrijven. Je zou ook een blad kunnen maken waarop lege dobbelstenen staan afgedrukt, zodat ieder kind de som kan intekenen en daarna de uitkomst ernaast schrijven. Zo is het ook nog eens na te kijken.
Variatie
Neem twee kubusblokjes en schrijf of plak er de getallen op van 1 tot en met 6. Zet bij de ene kubus het teken + voor het cijfer en op de ander het teken - voor het cijfer. Ieder kind mag kiezen welke kubus(sen) het gebruikt. Dus alleen de + steen, alleen de - steen of beide! Laat een kind met iedere dobbelsteen één keer gooien, zodat er een som ontstaat. Schrijf de som op een blaadje op en reken hem samen met de kinderen uit. Wanneer dit goed gaat, kun je ook de zogenaamde lange bussommen gaan proberen. Ook weer met beide blokjes.
Variatie
Spel als hierboven, met als toevoeging kaartjes met cijfers van 1 tot en met 10. Het kind dat aan de beurt is om te gooien kiest eerst een cijfer uit de pot. Blind of gewoon. Dat is het begingetal; bij dat getal worden de andere getallen opgeteld of ervan afgetrokken. Een cijfer dat al is gekozen wordt, nadat de som is gemaakt, opzij gelegd en kan nu niet meer gebruikt worden.

Hanny Gijsel, BS Roald Dahl, St. Michielsgestel

Top

Filmpjes bij structureerwoorden
 
Op de beeldbank van schooltv www.schooltv.nl vind je leuke, korte filmpjes bij elk structureerwoord. Bij het aanbieden van een nieuw woord kunt u de leerlingen het filmpje in groepjes laten bekijken. Daar zijn ze dol op!

Jessica van Hoof, BS de Buurt, Schaarbeek

Letters flitsen met Powerpoint
 
Zijn er meer mensen die, net als ik, moeite hebben met in voldoende tempo die hele stapel letterkaartjes flitsen? Met het presentatieprogramma Powerpoint en een beetje tijd kun je er een nette oplossing voor vinden: een diapresentatie op een computermonitor, in de klas. Je kunt kiezen voor een leuk overgangseffect (inzoomen is heel effectief om de aandacht te focussen), maar wil je de snelheid erin houden dan heb je daarvoor wel een snelle computer nodig. De meeste computers zullen in ieder geval de eenvoudige versie op voldoende snelheid kunnen tonen: 35 letters in 40 seconden. Ook structuurrijen, bordrijen en visuele dictees kun je zo maken en elk jaar opnieuw gebruiken.
Voor individuele training is het ook een uitkomst: meerdere kinderen kunnen op verschillende computers verschillende presentaties bekijken. Bijgevoegd twee bestandjes die illustreren wat ik bedoel.

Bert van der Molen, GBS Gaspar van der Heyden, Axel

Flitsletters zonder effect (37 kB)

Flitsletters met zoomeffect (37 kB)

 
Top

Dictee met gebarenalfabet
 
k leer in mijn groep de structureerwoorden aan met behulp van het gebarenalfabet. Als leerlingen een letter niet kunnen benoemen, maak ik het bijbehorende gebaar. Dan lukt het vaak wel. De kinderen vinden dit erg leuk en zwakke leerlingen hebben er veel baat bij. Aan het eind van elke kern neem ook een dictee af met de gebaren. De leerlingen moeten dan eerst het gebaar herkennen, het gebaar vervolgens in hun hoofd omzetten naar een letter en dan de letter uit de letterdoos pakken. Dit doe ik met de structureerwoorden, maar ook met nieuwe woorden. Ik begin hier al direct in de eerste kern mee. Mijn ervaring is dat de kinderen hier veel van leren!

Afke Euverman, PCB De Bron, Zwolle

Top

Letterspelletje met klanken die op elkaar lijken
 
Om te leren welke woorden met bijvoorbeeld een v of een f, of een s of een z beginnen, speel ik met mijn leerlingen regelmatig het volgende spelletje.
- Ik houd twee letters omhoog, bijvoorbeeld de v en de f.
- Een kind mag dan een woord zeggen dat met een v of een f begint.
- Ik vraag dan de kinderen die denken dat het woord met een v begint een vinger op te steken en daarna de leerlingen die denken dat het woord met een f begint.
- Vervolgens zeg ik het woord overdreven zodat ze duidelijk horen waarmee dit begint.
- Ik schrijf dit woord een keer met een v op en een keer met een f.
- De kinderen mogen dan nog eens hun vinger opsteken als ze denken dat het met een v is en daarna als ze denken als het met f is.
- Langzaam veeg ik het woord uit wat niet goed is (dit maak ik dan een beetje spannend door net alsof te doen dat ik het andere uitveeg).
De kinderen vinden dit geweldig en willen dit spelletje regelmatig spelen. Hiermee oefen je de spelling op twee manieren (via het gehoor en visueel).

Danielle van den Bos, BS 't Carillon

Top

Eigen boekje van voorgelezen verhaal maken
 
In de tijd dat ik als leerkracht van groep 1 en 2 op een GOK-school (Gelijke Onderwijskansen) werkte, bood ik de kinderen tijdens het hoekenwerk de volgende keuzeactiviteit aan. Bij een voorgelezen boekje of een geleerd versje tekenden of stempelden de kinderen eenvoudige boekjes of versjes na. Zo maakten ze hun eigen versie van het verhaal. De werkjes werden eventueel gepresenteerd aan de andere kinderen of thuis bewaard. Ik merkte dat de kinderen uiterst gemotiveerd en geconcentreerd werkten aan hun kunstwerk en er erg trots op waren!

Jessica van Hoof, BS de Buurt, Schaarbeek

Letterbingo
 
Een leuke manier om de letters te oefenen is het spelen van een letterbingo.
- Vergroot de klankpositieschema's van de kopieerbladen (of maak ze zelf) en schrijf in ieder schema een woord (structuur- en/of wisselwoorden). Deze woorden in schema's zijn de letterbingokaarten.
- Ieder kind krijgt een letterbingokaart en pakt zijn doosje met woordkaartjes.
- Noem nu verschillende letters op. Als een kind de letter in zijn woord heeft, legt hij er een fiche op. Als er 3 fiches liggen, roept het kind 'BINGO!'
- Controleer of het klopt en laat het kind zeggen welk woord het heeft.
- Daarna kunnen de stroken geruild worden en begint het spel opnieuw.
Je kunt de woorden en het niveau steeds aanpassen! Mijn ervaring is dat de kinderen het erg leuk vinden en er ook steeds weer om vragen. Veel plezier ermee!

Katelijne Claes, BS Het Schrijverke, Geertruidenberg

Top

Spelletje met wisselwoorden
 
Als ik met de kinderen in mijn groep het onderstaande spel speel, vliegen de wisselwoorden door de klas:
- Kopieer de letters van Veilig leren lezen en lamineer deze met plakplastic.
- Maak van elke letter een halsketting door er een koordje doorheen te rijgen.
- Deel de halskettingen met de letters die de kinderen kennen uit.
- Zet drie stoelen voor de klas.
- Noem een woord van de wandplaten.
- De kinderen met de letters van dit woord, moeten nu dit woord gaan vormen door in de juiste volgorde op de stoelen te gaan staan. (Doordat de kinderen op stoelen staan, zijn de letters ook achter in de klas goed leesbaar.)
- Daarna mag de rest van de klas wisselwoorden maken, die ook weer door de kinderen op de stoelen worden gevormd. Wie mag er blijven staan? Kun je op dezelfde plaats blijven staan of moet je wisselen?
De kinderen vinden het spel reuze spannend en het oefenen gaat soepel!

Hanny Gijsel, BS Roald Dahl, St. Michielsgestel

Top

Creatief werken met thematische projecten
 
Om het creatief en zelfstandig werken van de kinderen te bevorderen, heb ik bij kern 10 gekozen voor het thema 'bang'. In de bibliotheek heb ik veel prentenboeken en leesboeken gezocht rondom dit thema.
Ik heb hierbij diverse werkbladen gemaakt met opdrachten die de kinderen konden maken in hun 'bang-schrift'. Zo konden ze invuloefeningen maken, gedichten maken, verhaaltjes schrijven, woordvelden maken, een recept schrijven voor heksensoep,enzovoorts.
Ook hebben we samen een 'bang-hoek' ingericht, met schotten, waarover een donkere doek werd gespannen. In deze hoek kwamen kussens op de grond en er lagen zaklampen. Lekker lezen in het donker, met een zaklamp, geknutselde spinnetjes die om je hoofd friemelen, spannender kan het toch niet? Reken maar dat je hier het leesplezier mee bevordert en ook zijn er prachtige, creatieve taaluitingen tot stand gekomen. Ik heb dit project gepresenteerd aan vele collega's in de regio en het werd met enthousiasme ontvangen.
Mijn tip is dus: werk het basisprogramma af en durf daarnaast ook tijd in te ruimen om de kinderen eens te laten kiezen voor dingen die ze zelf leuk vinden. Het kost voorbereiding, maar de resultaten zijn geweldig!
Nu staat het project 'kleding' op stapel, met als afsluiting een echte modeshow! Meer weten? Ik deel mijn ervaringen met plezier!

Marianne Beugels, BS Ds. Deeleman, Grevenbicht

Top

Woord namaken in klikklakboekje
 
De kinderen in mijn klas spelen graag het volgende spelletje met het klikklakboekje. Ze doen dit in tweetallen. Het ene kind maakt met zijn klikklakboekje een woord en zorgt ervoor dat het andere kind dit niet kan zien. Het kind dat het woord gemaakt heeft, leest dit hardop voor. Het andere kind maakt dat woord vervolgens ook in zijn klikklakboekje. Daarna leggen ze de boekjes naast elkaar en controleren ze of juiste woord is gemaakt. Mijn ervaring is dat de kinderen het erg leuk vinden en dat ze zeer actief aan de slag gaan.

Janine Eldering, Joost van den Vondelschool, Amersfoort

Top

Gebarenalfabet
 
Sommige kinderen hebben een extra geheugensteuntje nodig om de letters te onthouden. De een leert gemakkelijker door de letter te horen, de ander door te zien, maar er zijn ook kinderen die het prettig vinden om 'al doende' te leren. Voor deze kinderen maak ik gebruik van het gebarenalfabet uit 'Zo leer je kinderen spellen' (Schraven, J. (1995). HKL-OSO. ISBN 90.72933.11.7). De kinderen hebben er plezier in om in de klas met elkaar te communiceren met gebaren. De ouders vinden het ook leuk om deze gebaren weer van hun kinderen te leren.

Riet te Pas, Ni-je Veste, Groenlo

Top

Vergroot klikklakboek
 
Een vergroot klikklakboek is erg handig om voor de klas te gebruiken. Kopieer hiervoor de structureerstroken bij Veilig leren lezen op A4-vellen. Maak daar gaatjes in en snij de vellen A4 in 3 repen (eerste, middelste, laatste klank). Doe de repen in een A4 multomap, en klaar is je 'Klikklakkalender'!

Janine te Winkel, De Ichthus, Zwolle

Top

Tweeklanken onthouden
 
Bij het leren onthouden van tweeklanken maak ik gebruik van slingers met woorden die allemaal dezelfde tweeklank hebben. Bij 'au' schrijf ik samen met de kinderen alle 'au- woorden' die zij kennen op kaartjes die ik daarna op een lange slinger van pleisters plak.Bij de 'ou' is dat de 'ou' van touw en de woorden zijn dus vastgemaakt aan een lang touw. De taalmethode die wij hebben is Taaljournaal, en ik probeer de woorden uit groep 3 te laten aansluiten bij de 'weet-woorden' of 'net-als woorden' uit die methode, zodat de voorbeeldwoorden niet geheel nieuw zijn wanneer de kinderen in groep 4 komen.

Tiny Scouten, De Lindegaerd, Rothem-Meerssen

Top

Differentiëren met keuzebord
 
Wij gebruiken op onze school bij de kleuters een uitgebreid keuzebord, waarmee de organisatie van een hele schooldag duidelijk wordt gemaakt. Door middel van pictogrammen en naamkaartjes met foto is voor ieder kind te op het keuzebord te zien welk kind welke activiteit gaat uitvoeren. Hetzelfde keuzebord, maar veel minder uitgebreid, gebruiken we in groep 3. Als ze in groep 3 komen, zijn de kinderen dus al helemaal vertrouwd met het keuzebord, dat we gebruiken voor rekenen én voor lezen.
Boven aan het bord hangen we de pictogrammen van het differentiatiemateriaal van Veilig leren lezen. Ieder kind mag zijn naamkaartje hangen onder het pictogram van zijn of haar keuze. Ieder onderdeel heeft zijn eigen 'hoek', aangegeven door een pictogram dat aan het plafond hangt. Alle materialen liggen in laatjes of of op plaatsen met datzelfde pictogram. De leerlingen kruisen zelf op een registratieblad af welk onderdeel ze gedaan hebben. (Een geel blad voor lezen en een rood voor rekenen). Meestal gebruiken we het materiaal van een net afgeronde kern. Voor de snellere leerlingen kunnen materialen van nog niet behandelde worden gebruikt. De wat langzamere leerlingen gebruiken materialen die de leerkracht uit eerder behandelde kernen haalt.

Lia Langstraat, CBS Kethel, Schiedam

Top

Begin de dag met leesmoeders
 
Onze school heeft dit jaar veel ouderhulp, met volgens mij een hoog rendement. Zelf werk ik veel met leesmoeders. Elke ochtend deel ik de klas in in groepjes van 3 of 4 kinderen. De moeders lezen samen met de kinderen een maan-roos-vis-boekje, doen een spelletje van de Speelleesset en lezen een leeskaart van Veilig in stapjes. De instructie geef ik klassikaal en de verwerking doen de kinderen tijdens het zelfstandig werken in hun Daltontaak.

M. van den Hoek, BS Rietveld, Badhoevedorp

Top

Manager en wisselen tussen programma's
 
Sommige leerkrachten, waaronder ikzelf, hebben de computer(s) op school het liefst de hele dag aanstaan en wisselen regelmatig tussen programma's. Wanneer je Veilig leren lezen - manager gebruikt, merk je dat dat programma beeldvullend is. Lastig, want de taakbalk (Windows 95 en hoger) verdwijnt hierdoor. Wil je tussendoor even naar een ander programma, dan moet je de manager afsluiten om terug te komen op je bureaublad. Gelukkig is er een oplossing.
Klik achtereenvolgens op:

Start
Instellingen
Taakbalk

Kies het tabblad 'Opties van taakbalk' en activeer de optie 'Automatisch verbergen'. Wanneer je die optie gebruikt kun je wel schakelen naar andere programma's zonder de manager steeds te hoeven afsluiten. Op het moment dat je even uit het programma wilt, ga je met de cursor naar de onderkant van het scherm, en hoppa, daar is de taakbalk weer! Het scheelt een hoop gedoe, want je start aan het begin van de dag de benodigde programma's op en kunt de rest van de dag via de taakbalk omschakelen.

Bert van der Molen, GBS Gaspar van der Heyden, Axel

Top

Thematisch werken
 
De thema's die ik in groep drie bij het vak wereldoriëntatie behandel, koppel ik vaak aan de kernverhalen of structureerwoorden in Veilig leren lezen. Veel leuke tips daarvoor haal ik uit de kindertijdschriften Hoj, Doremi (Uitgeverij Averbode, Kampen) en Okki (Uitgeverij Malmberg, Den Bosch). Omdat ik niet elk jaar die stapels tijdschriften door wil bladeren heb ik voor elk thema en als dat nodig is voor elk structureerwoord een hangmap gemaakt. Daarin heb ik de betreffende themanummers verzameld. Ik stop daar ook allerlei andere ideeën is zoals liedjes, versjes, kleurplaten,knutselwerkjes en een lijstje met een verwijzing naar video of cassettebandje.
Zo heb ik een hangmap bij het woordje -ik-, -maan-, -roos-, -vis- enzovoorts, maar ook een verzamelthema 'lichaamsschema' (bij kern 2 bijvoorbeeld).
Sinds kort stop ik in mijn hangmappen ook de lessuggesties die ik vind op www.leerkracht.nl!

Corrie Bakens, OBS De Horizon, Asten

Top

Zelfstandig werken op eigen niveau
 
De school waar ik werk is een SBO die voor het speciaal aanvankelijk leesonderwijs Veilig in stapjes gebruikt. Deze methode werkt met leerstofpakketten die de kinderen zo veel mogelijk zelfstandig doorlopen. Ze gebruiken daarvoor een werklijst die voorzien is van herkenbare pictogrammen. Om het zelfstandig werken met deze lijsten in de klas geleidelijk in te voeren heeft mijn collega het volgende bedacht. Zij heeft haar klas in niveaugroepjes opgedeeld en elk groepje een eigen kleur gegeven. Op het bord geeft zij op de hieronder beschreven manier aan welke opdrachten de verschillende groepjes kunnen doen na de basisopdracht. Door de kinderen min of meer op niveau te zetten in groepjes kan ze beter rekening houden met herhaling of verrijking. Er is zelfs tijd om met een klein groepje te gaan lezen!

Materialen
- differentiatiematerialen bij Veilig leren lezen en Veilig in stapjes
- pictogrammen van deze materialen (op papier nagetekend van de kopieerbladen leerstofpakketten in de Handleiding Veilig in stapjes)
- bordmagneetjes
- gekleurd krijt

Voorbereiding
Verdeel uw groep in niveaugroepjes en geef elk groepje een eigen kleur. Hang de pictogrammen van de differentiatiematerialen die u wilt inzetten met behulp van magneetjes aan het bord. Schrijf erbij welke opdracht met de diverse materialen gedaan mogen worden en geef in de kleur van de niveaugroepjes aan welk groepje met welke materialen mag werken.
Na de instructie werken de kinderen aan de basisopdracht. Neem voor de inoefening nog even de aanwijzingen door. Wie klaar is met de basisopdracht mag naar het differentiatiemateriaal dat op het bord is aangegeven en kan verder werken.
Na afloop neemt de leerkracht met de kinderen het 'afstrepen' van het leerstofpakket door, zodat ze ook daarin stap voor stap zelfstandig worden. Na enkele lessen mogen de kinderen de opdrachten die ze hebben gedaan helemaal zelfstandig afstrepen, eventueel na controle door de leerkracht.

Tip voor 'Veilig leren lezen'-gebruikers
Ook wanneer u niet met Veilig in stapjes werkt, kunt u deze werkwijze volgen; Veilig leren lezen werkt immers ook met herkenbare pictogrammen. Wanneer u gebruik maakt van de uitgave Individualiseren met Veilig leren lezen kunt u de kinderen in de registratieboekjes laten aangeven welke oefeningen ze gedaan hebben.

S. van der Linden, SBO De Toermalijn, Helmond

Top

Thuis vloeiend lezen
 
In de tweede helft van groep 3 geven we aan bepaalde kinderen extra leeshulp door middel van een zelfbedacht stappenplan voor thuis. Het doel hiervan is om het vloeiend lezen te bevorderen. De aanpak is ook geschikt om de geleerde vaardigheden vast te houden en uit te bouwen.
We nodigen de ouders eerst op school uit en leggen hun concreet uit wat het stappenplan inhoudt. Na de uitleg geven we de ouders een kant-en-klaar pakketje met de benodigde materialen mee.
Hieronder leest u hoe de aanpak verloopt. Uit elke stap van de aanpak wordt steeds één onderdeel gekozen.

Stap 1
Een bladzijde zachtjes voor jezelf lezen.
Samen met een volwassene of een (veel) oudere broer of zus een bladzijde hardop lezen.
De volwassene leest een bladzijde voor en het kind kijkt mee of wijst bij.

Stap 2
De volwassene of oudere broer of zus controleert als dezelfde bladzijde door het kind hardop gelezen wordt.
Om de beurt een zin (tot de stip) hardop lezen.

Stap 3
Over de inhoud van het gelezene een gesprekje voeren. Let hierbij op moeilijke woorden en de betekenis daarvan. Geef zonodig uitleg.
Markeer bij een los leesblad de moeilijke woorden met een markeerstift.
Laat de moeilijke woorden (de gemarkeerde woorden) overschrijven.

Stap 4
Maak woordjes van spellend gelezen woorden.
Oefen deze woorden, voordat dezelfde tekst nog eens gelezen wordt, en doe dat ook daarna (het zogenaamde 'flitsen').

Benadruk bij de extra leeshulp de leesstrategie (hoe lees je dit woord?) en de leeshouding (kijk goed wat er staat!). Geef het kind een complimentje als het goed z'n best doet. Als een kind gemotiveerd is om te lezen, houd de extra leeshulp dan vol. Kies in overleg met het kind een beloning.

Leesstrategie
Richt de aandacht op lettergroep-lezen:
de combinatie van medeklinkers, bijvoorbeeld: /st/-/op/, /stop/;
de combinatie van medeklinker en klinker, bijvoorbeeld: /fee/-/st/, /feest/;
de verdeling in klankstukken, bijvoorbeeld: /ge/-/luk/, /geluk/;
MKM-woorden moeten in één keer gelezen worden, bijvoorbeeld: /vis/.

U gebruikt de volgende materialen:
een bladwijzer (reepje karton) om regel voor regel te lezen (de bladwijzer wordt boven de tekst gehouden en telkens iets omlaag geschoven);
leesbladen;
een markeerstift;
leesboekjes op AVI-niveau 1 en 2.

Het lidmaatschap van de jeugdbibliotheek is voor kinderen gratis. De medewerkers van de jeugdafdeling kunnen u adviseren over het niveau. Veel succes!

Klarie Moree-Kok, PCBS 'De Regenboog', Hellevoetsluis

Top

Registratielijsten in kleur
 
Mijn tip betreft de registratielijsten uit de handleiding differentiatiematerialen bij Veilig leren lezen.
Op die lijsten staan de stempelopdrachten, de opdrachten voor de speelleesset, Knipoog, het computerprogramma, de maan-roos-vis-boekjes en de Sterboekjes.
De aanduiding van de kern op de registratielijsten is niet voor alle kinderen duidelijk. Daarom kopieer ik de lijsten op gekleurd papier, natuurlijk in de kleur van de kern die aan de beurt is.
Zo kunnen alle kinderen snel zien met welke kern ze bezig zijn. Wel zo efficiënt.

J. van Golde, De Springplank, Geleen

Top

Ook thuis oefenen met structureerwoorden
 Als de kinderen een nieuw structureerwoord geleerd hebben, krijgen ze allemaal een kaartje mee naar huis. Op dat kaartje staan: een afbeelding van het woord, het betreffende woord in leesletters, en het betreffende woord in schrijfletters.
Het plaatje en de woorden worden zodanig op het kaartje gezet, dat het kaartje in het midden gevouwen kan worden. Op de voorkant zie je dan het plaatje, op de achterkant het bijbehorende woord in lees- en schrijfletters. De kaartjes worden gemaakt van gekleurd papier, waarbij de kleuren van de kernen worden aangehouden.
Achtereenvolgens krijgen de kinderen de volgende woorden mee naar huis:
- op rood papier: ik, maan, roos, vis, sok, pen
- op geel papier: teen, neus, buik, oog, aap
- op blauw papier: doos, poes, eet, koek, ijs, zeep
- op groen papier: huis, hek, weg, bos, tak, hut
- op paars papier: reus, jas, riem, bijl, hout, vuur
- op oranje papier: geit, uil, pauw, duif, ei

De ouders krijgen de tip om deze kaartjes in huis, bijvoorbeeld op de slaapkamer van het kind, aan een lijn te hangen. Hiermee kunnen speelse activiteiten worden gedaan. Bijvoorbeeld: Lees eerst het woord en kijk daarna naar het plaatje of het woord goed gelezen is. Of: Kijk welk plaatje er op het kaartje staat en schrijf het bijbehorende woordje op; controleer daarna of het woordje goed geschreven is. Op deze wijze oefenen de kinderen thuis verder in wat op school geleerd is.

Lies de Wit, Dr. J.A. Gert van Wijkschool, Den Haag

Top

Letter-klank-koppeling automatiseren
 
Zodra ik in mijn klas kinderen ontdek die problemen hebben met de automatisering van de letter-klank-koppeling ga ik voor deze kinderen intensief gebruik maken van het computerprogramma Letterveld uit Veilig in stapjes. Elk jaar weer zie ik enkele kinderen bij wie de problemen hardnekkig zijn. Ze hebben veel herhaling nodig op allerlei manieren. Alle delen van Veilig in stapjes zijn daarvoor heel geschikt.
In kern 6 van het computerprogramma Letterveld komen alle letters voor. Voor zwakke leerlingen zijn daarom de computeroefeningen van kern 6 erg belangrijk. Ze zijn van goede kwaliteit en leerkracht-onafhankelijk.

Het is wel erg jammer dat het computerprogramma niet meer gevarieerd is. Al was het alleen maar doordat er niet steeds dezelfde plaatjes zouden verschijnen bij dezelfde oefeningen.
Verder mis ik een programma waarin met name de moeilijke letters en klanken uitdrukkelijk worden geoefend. Het gaat hierbij om letters als 'u', 'uu', 'ou', 'eu', 'ie' en 'ei'. Omdat deze letters door kinderen als moeilijk ervaren worden, zou daar oefenstof voor moeten zijn. De oefenprogramma's zijn eigenlijk te evenwichtig samengesteld; de moeilijke letters zouden juist meer aan bod moeten komen.

M.J. van Iersel, Ceciliaschool, Berkel-Enschot

Top

'Veilig' in combinatie- en kleutergroepen
 
In september 1996 zijn we gestart met de maan-versie van Veilig leren lezen in de combinatiegroep 3/4/5. Deze groep heeft 32 leerlingen, van wie 13 in groep 3.
Nu het schooljaar erop zit, concludeer ik dat de methode goed werkt in een klas met drie verschillende jaargroepen. Dit komt omdat een groot deel van de methode zelfstandig te behappen is door de leerlingen.
We hebben het werken in de combinatiegroep 3/4/5 wel zodanig georganiseerd dat een andere leerkracht de belangrijke leesinstructie geeft aan de kinderen van groep 3. Na deze instructie gaan de kinderen voor een zeer groot gedeelte zelfstandig aan het werk. Dit lukt door duidelijke werkbladen met begrijpelijke pictogrammen, schrijfbladen, kopieerbladen, knipoogkaarten, leesboekjes op niveau en een heel leuke speelleesset.

Dit schooljaar heeft nog iets nieuws gebracht waarin Veilig leren lezen prima past. We hebben namelijk een halfjaarlijkse doorstroom ingevoerd. Hierdoor is een aantal oudste kleuters in februari begonnen met de maan-versie van Veilig leren lezen. Tot nu toe is onze ervaring dat het starten van het leesproces in een kleutergroep met kleuters die eraan toe zijn, een positieve uitwerking heeft.

Marcel van Gils, BS Antonius, Biest-Houtakker

Top

Gebarenalfabet geeft steun bij het aanleren van de letters
 
Bij het aanleren van de letters gebruik ik een bewerking van het gebarenalfabet van Borel-Maisonny. Niet alle kinderen hebben deze ondersteuning nodig, maar er zijn er altijd een paar die er baat bij hebben. Zo schakelen we niet alleen het auditieve en het visuele geheugen in, maar ook de motoriek.
De |a| (korte klank) bijvoorbeeld wordt weergegeven door één hand half open. Bij de |aa| (lange klank) wordt hetzelfde gebaar gemaakt als bij de |a|, maar dan met twee handen. De |a| zeggen we kort en we maken daarbij een kort gebaar. De |aa| zeggen we wat langer en we maken er een langere beweging met de handen bij.

Ook laat ik kinderen voor de spiegel oefenen als ze het verschil tussen |a| en |aa| nauwelijks horen of niet kunnen uitspreken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij dialectsprekende kinderen. De kinderen kunnen dan in de spiegel de mondstand bekijken: bij |a| half wijd, bij |aa| heel wijd. Ik heb hier voorbeelden gegeven met |a| en |aa|, maar ik doe dit zonodig ook met andere klanken.

Ellen van den Boom, De Sprenge, Vaassen

Top

Twintig vlinders en hun juf
 
Differentiatie binnen aanvankelijk lezen
Mijn groep bestaat uit twintig leerlingen. Twaalf kinderen maken 'gemiddelde' vorderingen bij het leren lezen. Verder zijn er vijf snelle lezers (AVI 5 en 6). Drie kinderen behoren tot MLK of LOM.
Elke dag begint met twintig minuten lezen. Op het bord staat de dagtaak in symbolen genoteerd (het Dalton-systeem). De kinderen kijken bij binnenkomst waar we mee beginnen. Meestal gaan we een aantal bladzijden uit het leesboekje van Veilig leren lezen voorbereiden en daarna verder lezen in het biebboek.

Wij hebben de bieb ingedeeld in AVI-niveaus. Mijn drie leerlingen die moeite hebben met leren lezen werken met de computer, de speelleesset en met de leeskaarten en cd's van Veilig in stapjes. Ze tekenen op het leerstofpakket af wat ze gedaan hebben.

Ik zet eerst deze drie leerlingen aan het werk. Daarna lees ik samen met een groepje kinderen de bladzijden uit het leesboekje van Veilig leren lezen. De laatste minuten mogen enkele kinderen over hun biebboek vertellen. Hierna volgt een instructie aan de grote groep. Deze duurt ongeveer 10 minuten. De andere kinderen werken dan zelfstandig in hun werkboekje of aan taalopdrachten. Vervolgens komen de andere groepen aan bod. Ze krijgen instructie op hun eigen niveau. De drie zwakkere leerlingen gaan daarna werken in het werkboekje van Veilig in stapjes. Zo wisselt de instructie aan de drie verschillende niveaugroepen zich steeds af.

De hele dag wordt er gewerkt met de computerprogramma's van Veilig leren lezen en Veilig in stapjes, behalve als er instructie wordt gegeven.

Wie klaar is met zijn verplichte taken, gaat verder met de speelleesset en tekent het gemaakte werk af op een 'aftekenblad'. Hartelijke groeten van twintig vlinders en hun juf!

Jikke Dijkstra, De Springschans (groep 3, de vlindertuin), Heiloo

Ezelsbruggetjes voorkomen omkeringen
 
Ik heb de letters 'oe', 'ij', 'ie', 'ui', 'eu', 'ei', 'au' en 'ou' op een kaart geplakt en er een ezelsbruggetje bij getekend. Ik noem deze letters tweelingen, die niet op elkaar lijken.
Door het gebruik van deze ezelsbruggetjes komen er veel minder omkeringen voor. De letters worden namelijk als eenheden aangeboden. Ook door de combinatie met het schrijven in de Woordstroom van Schrijftaal, waarbij deze letters altijd aan elkaar worden geschreven, komen omkeringen steeds minder voor.

Bij elke letter hoort een rijmpje dat ondersteunend werkt bij het leren van de letter:
- oe: oogje open, oogje half toe, oe van moe
- ij: ij van ijs; eerst de kinderen dan de juf krijgen een ijsje
- ie: de ie van het woordje tien past in het cijfer 10
- ui: ui van huis; eerst het dakraampje, dan het schoorsteentje
- eu: eu van neus; e past precies in de eu van neus
- ei: ei van ei; eerst de e in het ei, dan het lepeltje om het ei op te eten
- au: de au van pauw; eerst de a, daarin past het oogje van de mooie pauwenveer
- ou: eerst het rondje van het paaltje van hout, dan de u, dat is de ou van hout

J.B. Kooy-Oost, Basisschool De Bron, Enschede

Top



© Uitgeverij Zwijsen BV | Privacy Statement